Dichtbij Huis

Column Dichtbij Huis: Vogelzegen

  Column

Heerlijk om tussen het slapen en ontwaken de vogeltjes buiten te horen fluiten. Een ontspannende manier van wakker worden. Vooral als je nog even in het schemergebied sluimert, voordat de dag werkelijk begint. Het vogelgezang klinkt een stuk aangenamer dan de monotone zoemtoon van mijn wekker. Ik heb geen idee hoeveel leden het vogelorkest telt. Ze zitten verborgen tussen het bladerdak van de bomen naast mijn huis. De vogels zijn dus moeilijk te tellen. Toch ga ik dit weekend vogels tellen in mijn tuin. Aanstaande vrijdag, zaterdag en zondag wordt namelijk weer de Nationale Tuinvogeltelling georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland. Door deze Tuinvogeltelling wordt duidelijk hoe vogels in de winter de tuinen gebruiken.

Een balkon telt ook mee. Maar dat heb ik helaas niet. Het lijkt me geweldig om een balkonnetje bij je slaapkamer te hebben. 's Morgens vroeg de deur openzetten en nog intenser genieten van het ochtendgloren.

De spelregels voor de vogeltelling zijn eenvoudig. Alle waarnemingen in mijn tuin moet ik noteren. Overvliegende vogels worden natuurlijk niet meegerekend. Ook mogen de waarnemingen niet bij elkaar opgeteld worden, want dan kan dezelfde vogel dubbel geteld worden. Alleen het hoogste aantal van een soort moet voor maandagmorgen 12 uur doorgegeven worden via de app Tuinvogels of de website www.tuinvogeltelling.nl.

Ik maak van iedere vogel een foto met mijn mobiele telefoon. Dan kan ik op mijn gemak opzoeken welke vogel mijn tuin bezoekt. De vorige keer dat ik meedeed zat ik klaar met een vogelfolder, pen en papier. Maar dat was in 2001, het eerste jaar dat de Nationale Vogeltelling werd gehouden. Tijden veranderen. De vogels vliegen zonder besef van tijd naar hun bestemming, op zoek naar voedsel en hebben geen weet van de technische ontwikkelingen waarmee hun tuinbezoekgedrag wordt gemonitord. Toch is er ook in de vogelwereld iets veranderd. Vroeger zag ik dagelijks tientallen musjes in mijn tuin. Tegenwoordig zie ik ze nog zelden. Jammer. In 2017 stelde Sovon in opdracht van het ministerie van Economische Zaken de nieuwe Rode Lijst van broedvogels samen. De huismus staat ook op deze Rode Lijst.

De huismus was lange tijd de talrijkste Nederlandse broedvogel, maar werd vervangen door de merel. Sinds de jaren zeventig zijn de landelijke aantallen hoogstwaarschijnlijk gehalveerd. Dit tij keert zich, want de recente aantallen schommelen. Huismussen zijn vooral te vinden bij oudere huizen in een deels groene, liefst wat rommelige omgeving aan de rand van de stad of op het platteland. In strakke nieuwbouwwijken en in stadsgedeelten zonder groen zijn ze nauwelijks waar te nemen door gebrek aan nestgelegenheid en/of voedsel. Dus om huismusjes te lokken moet ik nog even een vetbol en pindaketting in de tuin ophangen vóór het weekend.

's Morgens vroeg zijn vogels het meest actief en valt er het meest te tellen. Dat wordt vroeg opstaan dus dit weekend. Ik ben een avondmens en beslist geen vroege vogel. Maar vanuit de luie stoel met zicht op de tuin gaat deze huismus lekker aan de tel.

Ditty van Drenth

Meer berichten